Tien bewogen jaren
Het Kapiteinskoor viert feest. Op 10 januari 1996 werd de eerste oefenavond van het koor gehouden. Tot de vele hoogtepunten in het nu tienjarige bestaan van het koor behoorden de optredens tijdens de Jan Haringrace in de haven van Monnickendam, waar duizenden mensen van het koor genoten.
Extra editie
Ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van Het Kapiteinskoor verschijnt deze ‘extra editie’ van De Kapiteinskrant als programmablad bij de feestelijke viering van dit heuglijke feit in het Zaantheater.
De Kapiteinskrant is al sinds mei 1996 het lijfblad van de koorleden en de donateurs, terwijl de digitale versie op internet is te volgen.
In deze ‘extra editie’ treft het programma van deze jubileumavond aan gecombineerd met allerlei informatie over Het Kapiteinskoor.
Wij wensen u allen een plezierige avond.
Tien bewogen jaren
Wat heeft het roepen van: “We kunnen zelf wel een koortje beginnen“ tot gevolg gehad?
Eerste oefenavond 10 januari 1996 met vijftien man. De stichtingsacte passeerde op 20 mei 1996 bij notaris Moesker. Op 23 mei 1996 kwam de eerste Kapiteinskrant uit.
In februari was er al het eerste optreden bij kunsthandelaar Nico Koster voor zijn buurman kapitein Lex Rufael in Amsterdam, die voor een half jaar het zeegat uittrok. September 1996 stonden er 49 zangers en één donateur op de ledenlijst.
In 1997 groot artikel in Privé met de Prins van Lignac. Met het koor naar Zuid Afrika tien dagen feest en eenmaal optreden in Durban.
In 1998 optreden samen met de Benningbroekse buikdanseressen. Na het optreden in Circus Renz in Haarlem in het voorprogramma van de Dolly Dots kwam het koor in onrustiger vaarwater terecht. Het bestuursleden wilden aftreden, maar de lach kwam terug. Denk maar aan Nico Dijkstra als Sugar Lee Hooper, de Kabouterdans, Carel en Bertus als Brood en Hazes en al die fantastische dagen in de zorgcentra.
Het Kapiteinskoor moest hard aan de slag, want er moest dertig keer worden opgetreden voor de Amerikaanse gasten van reisbureau Vantage de Lux Travel uit Baltimore, dat duizenden toeristen aan boord van schepen naar de Rotterdam haalde.
En wat hebben we samen al niet gedaan? Viermaal Ameland – Hichtum – Sinterklaas Tour – Kapiteinsvaarten met de vrouwen erbij enz. enz. Ook al denk je soms: “Mot dat nou?’
Bijvoorbeeld met de bus naar Rotterdam voor Era Bouw. Heel lang wachten. Drie liedjes zingen en weer retour.
Geachte koorvrienden.
Ja, het hoort er allemaal bij. Die gekke, rare, mooie, vrolijke dingen bepalen de sfeer van dit unieke koor. Ik dank jullie voor de inzet en het altijd klaar staan als het nodig is.
Het waren tien bewogen jaren!
Jan A. Spits,
voorzitter Het Kapiteinskoor
Foto met bijschrift over breedte pagina.
Het Kapiteinskoor poseerde voor het vertrek naar Zuid-Afrika, anno april 1999. V.l.n.r. zittend Han Valk, Gerrit Beuker, Dick Fijma, Dirk Vens, Leen van der Wacht, Wiebe de Haan, Theo Appelboom. Staand: Joshua Prins, Ton Tichelaar, Willem van der Woude, Jan Gruijs, Piet Molenaar, Gerard Clijnck, Frans Sibie, Jan Willem Brakenhof, Hans Cramer, Theo Bernard, Ben Coenraads, Arie Vis, Ab Visser, Piet Andriessen, Jan Spits, Hans Stam, Kees Stolp en half zichtbaar Bo Hendriks.
Van de kapelmeester
10 Januari 1996, waar begin ik aan? Vijftien man, die nog nooit gezongen hebben, gaan een koor vormen! We zien het wel dacht ik.
Nou, dat heb ik geweten. Sinds die dag is het Kapiteinskoor een behoorlijk stuk van mijn leven geworden met 48 oefenavonden en zo’n vijftig keer optreden per jaar. Maar ik had het voor geen goud willen missen.
In het begin louter voor de gein, maar in de loop der tijd toch behoorlijk serieus. De inzet van alle koorleden is tien jaar lang iedere keer weer fantastisch geweest.
En het resultaat? Lovende kritieken van het publiek.
Nu, 10 jaar en vele hoogtepunten later, staan we hier in het Zaantheater om het jubileum te vieren. Het is een kroon op ons werk. Hopelijk kunnen we die kroon de komende jaren verder verfraaien met vele parels.
Ik vind het fantastisch, dat we met ons koor vele mensen blij mogen maken, zowel toehoorders als zangers.
En ik hoop nog lang bij het Kapiteinskoor te blijven,
Joshua Prins
Foto dirigent Joshua Prins (klein) bij naam.
Bullebas Exclusief
Een nieuwe scheepshond
U kent mij niet, maar ik ben de oom van Dirk, de scheepshond van Het Kapiteinskoor, die jarenlang het reilen en zeilen van de kapiteins scherp in het oog hield. Hij kroop onder tafels, legde zijn kop op de voet van prins Bernard, verschool zich in de Klauwershoek, zat in het vooronder van de Statsrath Lemkuhl tijdens Sail 2005 en dook op de onwaarschijnlijkste plekken op om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws.
Dirk is helaas niet meer. Hij was zo versleten dat zijn baas Rinus Prins hem nog uitsluitend aan zijn riem achter zich aan kon slepen. Dirk was gewoon te oud geworden, toen hij eindelijk insliep. Het koor pinkte een traan weg en moest het verder doen zonder deze trouwe waakhond, die er als geen ander inslaagde de Kapiteins in het gareel te houden.
Maar nu bestaat het koor – het oogappeltje van Dirk mag ik wel zeggen – tien jaar. Hij kon er zo mooi over vertellen. Ik verslikte me dan bijna in mijn sigaar. Zo grappig was het vaak en dus heb ik nu besloten de moeilijke, maar mooie taak van Dirk over te nemen.
Noem mij maar Bas, Bullebas mag ik wel zeggen, want ik kan behoorlijk streng zijn. Dat heb ik van Dirk wel geleerd. Dus Kapiteins en fans: Opgelet! Ik duik overal op. Niets zal mij ontgaan.
En voor degenen, die het nog niet weten, zal ik even een tipje van de sluier oplichten van alle geheimen, die Dirk mij in het verleden zo smakelijk kon vertellen. Hij was er bij toen de Kapiteins de beroemde Benningsbroekse Buikdanseressen ontdekten in een achterzaaltje van hotel De Rode Leeuw in dit Westfriese dorp. De dames waren allemaal de vijftig al gepasseerd. Hun buiken leken verfrommelde landkaarten, maar ze zweefden als jonge godinnen over het bovendek van radarboot De Frisian Queen in Friesland.
Ook zag Dirk de secretaris op een late zaterdagavond languit in een prutsloot liggen achter café Batavia, waarin hij in het pikkedonker belandde toen hij even vergat dat hij zijn auto tegen het slootje aan had geparkeerd.
Hilarisch was het schaatsdebuut van tenor Jan Fruitier in Weissensee. Voor zijn allereerste streek besloot hij wijselijk dat de kliko nog de enig juiste plek voor zijn schaatsen was. Voortaan richtte hij zich nog uitsluitend op de Zuiderzee Ballade.
Een genoegen was het ook om Willem van der Woude en Gerrit Beuker te zien dansen met een paar Zoeloekaffer-vrouwen in het verre Zuid-Afrika.
De heren verschenen in luxueuze oorden als het Noordwijkse hotel Huis ter Duin tijdens het Flying Doctors Gala . Zij overhandigden de Prins de Lignac in de Wintertuin van hotel Krasnapolsky in Amsterdam het eerst exemplaar van de CD ‘Hij komt niet weer’ en zongen de jetset in ’s-Gravenhage een welgemeend ‘O, wat ben je mooi’ toe, toen de heren in smoking en de dames in grand gala de trappen naar het luisterrijke diner van vleesmeester Kroes bestegen. Maar ze draaiden hun hand ook niet om voor een spontaan feest in café De Ster in Amsterdam.
Wat deden ze eigenlijk niet? O ja, dat vergeet ik nog: de jaarlijkse Sinterklaastour van het koor. De Kapiteins trekken al negen jaar een spoor door de Zaanstreek en omgeving als de Sint in het land is. En de oude grijsaard is er dan ook zelf altijd bij. Zo schonken ze een paar duizend kinderen, verstandelijk gehandicapten en bejaarden ontelbare cadeaus en een paar mooie uurtjes. ‘Hoe kan dat allemaal,’ luidde steevast de vraag, als men in willekeurige scholen en instelling zomaar een luisterrijk Sint Nicolaasfeest kreeg aangeboden.
‘Vraag dat maar aan Sinterklaas,’ luidde dan steevast het antwoord. ‘Dat is de enige die het weet.’
En zo zal dat altijd blijven. Dat grote ruige koor met dat kleine, gulle hart. Het lijkt me een eer om de heren de komende jaren scherp in de gaten te houden.
Ik groet u en wens u een feestelijke avond met de heren. Dat zal wel lukken lijkt me.
Bullebas.
Een bar koor!
(Korte oprichtingsgeschiedenis van het Kapiteinskoor)
Café De Kapiteinshut was nog niet afgetimmerd of er zat al een jazz-orkest te spelen. Het was november 1995. Elke zondagmiddag was het raak. Tot de heren aan de bar tijdens een jolig borreluur besloten dat er maar eens een zeemanskoor langs moest komen. Tenslotte heette de tent niet voor niks De Kapiteinshut.
Er werd geïnformeerd in IJmuiden, waar net het illustere Staende Tuygh was opgericht. Ze hadden nog nooit eerder buiten de gemeentegrenzen gezongen, maar wilden de verre reis naar Zaandam wel ondernemen tegen een honorarium van 350 gulden.
“Niet meer nodig,” riepen de hunkeraars naar ‘Ketelbinkie’ en ‘Zuiderzee Ballade’ aan de toog in de Klauwershoek. “We kunnen zelf Als de Klok van Arnemuiden wel zingen. We gaan een eigen koor beginnen.”
Aan een hoek van de bar zat altijd Koos Klitsie aan zijn biertje te nippen. Hij was een liefhebber van Brand’s bier uit de pomp en dat kon je alleen op dit exclusieve adres krijgen. Koos dirigeerde het kerkkoor van de Bonifatiuskerk. Hij was dus een kenner.
“We gaan een zeemanskoor oprichten, Koos,” zeiden de waard en zijn gasten. “Weet jij misschien iemand, die dat kan dirigeren? Jij zit tenslotte in die wereld.”
Koog tuurde diepzinnig in de schuimkraag van zijn biertje, haalde diep adem en gooide het er toen in één ruk uit: “Ik durf het bijna niet te vragen, maarre … mag ik het doen?”
Dat was natuurlijk de bedoeling. Zo kwam het koor halverwege december een dirigent, terwijl er nog nauwelijks zangers waren. Nu nog een muzikant.
Op kerstavond was het een vrolijke boel in de Klauwershoek. Gospelzangers stonden in het schijnsel van de kroeglichten op straat en zongen hun meeslepende kerstliederen door de stille nacht. Het sneeuwde lichtjes. De kerk kwam uit en de gelovigen werden als het ware als door een magneet de Klauwershoek met zijn lokkende lichten ingezogen.
De Kapiteinshut raakte mudvol en de muziek veranderde van stichtelijk in volks. Omstreeks één uur stapte er een spichtige jongeman binnen. Hij overzag het slagveld als een veldheer, bestelde een colaatje, vroeg of de piano het deed, schoof de kruk aan en begon te spelen en te zingen.
De hele oneindige nacht door. Zijn ijle gezang werd al spoedig overgenomen door de gasten en er formeerde zich een mega-koor, dat er geen genoeg van kreeg.
“Wij gaan hier een zeemanskoor oprichten en we zoeken nog een muzikant. Is dat niks voor jou?” vroegen de stamgasten aan de onbekende pianist.
“Lijkt me fantastisch,” zei Joshua Prins en zo had het koor-zonder-naam plotseling ook een muzikant.
Maar hoe moest dat koor nu gaan heten. Er hadden zich al vijftien man opgegeven voor de eerste repetitie en de debatten over de naam waren oneindig totdat Klaas Sip zich er mee bemoeide. Hij zei op een toon, die geen tegenspraak duldde: “Nou, het Kapiteinskoor natuurlijk. Het heet hier toch De Kapiteinshut?”
Zo hadden vijftien zangers, die nog nooit een noot uit hun keel hadden gekregen, plotseling een naam.
Woensdagavond 10 januari 1996 was het zover. De heren stelden zich op bij de piano. Koos Klitsie deelde de tekst van het eerste lied uit: “Als de klok van Arnemuiden.” Elke pas geboren Nederlander kent het direct uit zijn hoofd.
Joshua Prins sloeg de toetsen aan. Klitsie begon met zijn armen te zwaaien en jawel hoor: er kwam zowaar geluid uit de groep:
Als de klok van Arnemuiden
‘Welkom thuis’voorons zal luiden,
Wpordt de vreugde soms vermengd met droefenis
Als een schip op zee gebleven is
Buiten vielen twee argeloze fietsers spontaan tegen de keien en bleven roerloos liggen met de handen tegen hun oren. Op de bar brak even spontaan een glas, maar Koos Klitsie zei: “Prima jongens. We doen het nog een keer!”
Het Kapiteinskoor was geboren.
Op de foto:
Februari 1996: Het allereerste optreden in de salon van kunsthandelaar Nico Koster. Er was gelijk verbroedering met het publiek.
Momenten om stil bij te staan
In het eerste decennium van het bestaan van het Kapiteinskoor waren er ook momenten vol ontroering en deernis, schokkende ervaringen en droevige bijeenkomsten.
Na één van de talloze publieke repetitie-avonden vroegen twee verpleegsters van verpleeghuis Oostergouw: “Willen jullie een keertje bij ons optreden? Maar jullie moeten er wel rekening mee houden dat jullie voor zwaar demente patiënten moeten zingen.”
Die zaterdagmiddag zullen de aanwezigen niet makkelijk vergeten. Zo’n vijftig Kapiteins stelden zich op voor een zaal vol bedden, rolstoelen, infuzen en bezorgde familie-leden, die de handen van hun dierbaren vasthielden.
En toen gebeurde het wonder.
Het Kapiteinskoor zong de beroemdste zeemansliederen en in de bedden en rolstoelen begonnen monden van bewegingloze lichamen te bewegen. Ze zongen mee!
De ontroering was enorm. Bij familieleden biggelden tranen over de wangen. Sommige patiënten hadden al jaren niets meer gezegd en nu, nu zongen ze zachtjes de beroemde woorden van ‘Ketelbinkie’, van ‘Aan het strand stil en verlaten’, van de ‘Zuiderzee Ballade’en al die andere overbekende melodieën.
Die zondag moest er extra personeel worden ingezet. “De emoties, die jullie hebben los gemaakt zijn enorm,”meldde de directrice van Oostergouw ’s maandags aan het bestuur. “We hebben dit nog nooit eerder meegemaakt. Het is in één woord geweldig.”
Eind januari 2001 stond het Kapiteinskoor onder een oude eik aan de groeve van Henk van Wensen op het kerkhof in Den Helder. Meer dan een jaar was hij lid geweest van het koor en nooit ontbrak hij op het appèl hoewel hij in Den Helder woonde. Het sneeuwde en de stilte op de begraafplaats was indrukwekkend, toen het Kapiteinskoor ‘Stuurman de trossen los’ inzette. Ontroerd luisterden Henk’s vrouw, zijn familie en zijn vrienden naar de zangers en de laatste woorden ‘Behouden Vaart.’
De feestzaal van het Golden Tulip hotel in zat donderdagavond 3 oktober 1996 stampvol familie en gasten, die allemaal gekomen waren om Klaas Molenaar te feliciteren met zijn 75ste verjaardag. Als verrassing was Het Kapiteinskoor uitgenodigd, want dat zong Klaas’s lievelingslied ‘Zoen me nog een keer.’ In de jaren vijftig, toen hij met zijn broer Kees zijn Wastora-imperium opbouwde met de verkoop van honderdduizenden Bico-wasmachines, had hij het Bico-cabaret in het leven geroepen. En als de Zingende Zusjes dan ‘Zoen me nog een keer’inzetten, klom Klaas ook op het podium.
Op zijn 75ste verjaardag was het niet anders. Klaas Molenaar zette een Kapiteinspet op, greep de microfoon en zong ‘Zoen me nog een keer, Zoen me nog een keer. ’t Is toch zo lekker!’
Toen wankelde hij en viel. Twee koorleden verleenden eerste hulp. Maar het was al te laat. Een fatale hartaanval had de zakenreus uit de Zaanstreek geveld. Ontzet verlieten de aanwezigen de zaal.
Enkele dagen later schreef zijn vrouw Nel een brief aan het koor: ‘Ik wil jullie nog graag bedanken. Het was voor ons vreselijk, maar Klaas stierf met zijn hele familie en al zijn vrienden om zich heen, terwijl hij het lied zong, waar hij zo van hield.”
Het was de meest indrukwekkende correspondentie die in tien jaar bij het secretariaat van het Kapiteinskoor arriveerde.
Foto 1.
Het Kapiteinskoor bij de begrafenis van Henk van Wensen.
Foto 2
De laatste foto van Klaas Molenaar, gemaakt vlak voor hij temidden van het koor door een acute hartverlamming werd overvallen.
Zij ontvielen het koor
In de afgelopen tien jaar overleden de volgende leden en donateurs van Het Kapiteinskoor: Han Molenaar, Zaandam, Hans Cramer, Amsterdam, Theo Bernard, Koog aan de Zaan, Henk van Wensen, Den Helder, Henk de Lange, Zaandam en de donateurs Maarten Korver, Zaandam, Chris Renooy, Wormerveer, Klaas Sip, Zaandam en Nico Dijkstra, Zaandam.
Het Kapiteinskoor bewaart warme gevoelens aan hen en gedenkt hen met eerbied.
Een bijzonder woord van dank
Het bestuur van het Kapiteinskoor wil graag een bijzonder woord van welkom richten tot een aantal genodigden bij dit jubileumfeest, omdat zij een bijzondere bijdrage aan de ontwikkeling van het koor hebben geleverd.
Dit zijn: Gert Jan Valk uit Koog aan de Zaan, die met South African Airways de eerste sponsor van het koor was. Maus Boegman, de hoofdredacteur van het blad Privé, die in de beginfase Het Kapiteinskoor ondersteunde met een reeks bijzondere optredens. Judith Deen, die jarenlang geheel vrijwillig haar zeer gewaardeerde foto-reportages van het koor maakte. Anneke Douma uit Leeuwarden, die een vriendin van de Kapiteins werd. Tijno en Tom Schipper, die met hun bedrijf Schipper Kaas, al jarenlang hoofdsponsor van het koor zijn.Wil en Wilson Numan, die met hun bedrijf Feniks Design al tien jaar lang de Kapiteinskrant van zijn voortreffelijke uitstraling voorzien, en Karin Feenstra en Meindert Hondema, de beheerders van café De Kapiteinshut, waar het koor zijn oorsprong en domicilie vond.
En tenslotte - en zeker niet in de laatste plaats - aan Koos Klitsie en Joshua Prins, die de Kapiteins leerden zingen.
Namens het bestuur,
Ron Couwenhoven,
secretaris