Na zeven jaar eerder het Kapiteinskoor terug in De Durghorst, het verzorgingstehuis aan de Eikenlaan in Krommenie. Het werd vooral een middag met de opmerkelijke come-back van accordeonist Peter Batenburg, die 5 januari een zware operatie aan zijn knie onderging en deze 30ste januari alweer de sterren van de hemel zat te spelen. Daarbij geassisteerd door Henny Tjassing en slagwerker Rein Vreeling, die net hersteld was van een bar avontuur toen hij zijn hond uitliet.
Rein deed dat op een dag vol glibber en glij-sneeuw op het trottoir en dat ging fout. Hij kieperde in een mislukte salto mortale achterover en kwam met zijn hoofd op de keien terecht. Groggy bleef hij liggen, terwijl zijn hond trouw de wacht bij hem hield. Een buurvrouw vond hem in de sneeuw met een gapend gat in zijn achterhoofd. Dus de dokter moest er aan te pas komen om het zaakje weer dicht te naaien.
Maar deze middag roffelde Rein er weer lekker op los alsof er niets gebeurd was. De zangers hadden er ook zin in. Hoewel de bejaarden verzocht hadden het geluid niet te hard te zetten, zongen ze uit volle borst het splinternieuwe repertoire met nummers als het vrolijke 'Neem mij mee kapitein', 'Matroos, vaarwel dan' en natuurlijk 'Onder de lantaarn', het nummer dat Marlène Dietricht in de jaren dertig van de vorige eeuw wereldberoemd maakte.
Temidden van de zangers stond Gijs de Koning alsof er niets aan de hand was, hoewel ook hij een paar dagen ziekenhuis achter de rug had. Zijn maat Henk Keizer ondersteunde hem dapper en legde ook even uit, waarom hij woensdagavond niet bij de repetitie was: "Mocht niet van Jenny, die vond het te glad!"
"Maar het was woensdag helemaal niet glad. En nu wel," zeiden de Kapiteins verbluft. 
"Ja, maar nu heb ik mijn beschermengel bij me," legde Henk geduldig uit. En die leverde hem weer af zoals hij gekomen was: onbeschadigd. Jenny haalde opgelucht adem, want twee weken eerder vond ze Henk terug in het ziekenhuis, nadat hij net als Vreeling een uitglijer van jewelste had gemaakt.