archief
Login Leden
Je bent niet ingelogd.
Jan Haringrace 2017
Contact Informatie
Secretariaat Het Kapiteinskoor Wim Sluijter
Tel.nr. 0647 216 249
secretariaat@kapiteinskoor.nl

Concert in de Bullekerk

Geweldig concert in de Bullekerk

Vrijdagavond 18 oktober gaat de geschiedenis in als de avond waarbij vele toehoorders, c.q. gasten, hebben kunnen genieten van een fantastisch concert onder de titel “van Italiaanse Opera tot de Zaanse Schans”. Medewerkers hierbij waren o.a.  de beroemde pianist Laurens van Rooijen, uiteraard het beroemde Zaanse Kapiteinskoor, zanger Mark Enthoven, zangeres Mireya Derksen (wat een stem!), rapper Simo El Badmoussi, accordeonist Daan de Groot en slagwerker Rinke van Sante. De regie was in handen van Raphael Bourdon. Het hele programma werd begeleid door Ina Brouwer, die als vertelster het gehele verhaal deed van de geschiedenis van de Zaanstreek vanaf ongeveer 1584  tot aan de moderne tijd.

Het programma voorzag in een behoorlijke variatie in stijlen, wat eigenlijk al door de titel werd aangegeven. Om 20.00 uur zou de avond beginnen en de ‘artiesten’ waren ruim tevoren aanwezig, na een eerste ‘soundcheck’ in de middag al uitgevoerd te hebben. Het verhaal vertelt dat de beroemde componist Guiseppe Verdi per tijdcapsule naar de Zaanstreek komt “om inspiratie op te doen”.

Verdi (Laurens van Rooijen) komt aanlopen en hoort een paar glazenwassers “O, Sole Mio” zingen. Als Italiaan komt hem dat bekent voor. Hij ziet echter een piano staan en kan het niet laten één van zijn favoriete stukken te spelen: “La Libiamo”. Een glazenwasser begint te praten tegen Verdi over zijn eigen Italiaanse verleden, waarna het Kapiteinskoor een vrolijk Italiaans lied begint te zingen: “Funicoli, Funicola”. Dan begint een Marokkaanse jongen zich met het gesprek te bemoeien en vertelt dat niet alleen Italianen kwamen om te werken.

De andere glazenwasser begint een verhaal te vertellen over de geschiedenis van de Zaanstreek met betrekking tot het ontstaan van de PinksterDrie. Dat gebeurde tijdens de 80-jarige oorlog. De Spanjaarden kwamen naar de Zaanstreek om duidelijk te maken dat Philips II  toch echt de enige rechthebbende koning van dit land was. Maar de Spanjaarden werden op schansen teruggeslagen, hetgeen op de dag na Pinksteren gebeurde, vandaar PinksterDrie.

Mireya Derksen zingt vervolgens “O, mio Babbino Caro”. De glazenwasser vervolgt zijn verhaal na de zang en vertelt dat er een legermacht van 3000 man naar deze streken kwam waarbij een groot deel vertrok richting Purmerend en een ander deel vast kwam te zitten in de drassige Zaanse bodem.

Het Kapiteinskoor zingt vervolgens een lied wat in die tijd ook al gezongen werd: “Merck toch hoe sterck, Zaanse Schans houdt u mans”.

Later werden toch Zaanse dorpen als Westzaan, Wormerveer en Krommenie door de Spanjaarden verbrand. In dat verband speelt de naam van Lambert Meliszn een rol. Bij de overval van de Spanjaarden op Westzaan wil hij zijn oude moeder redden en vluchtte met haar op een slee richting Hoorn. In de Westerpoort in Hoorn werd vervolgens een bord aangebracht ter ere van deze man, die zijn leven waagde om dat van zijn moeder te redden.

Verdi speelt meteen daarna de Skatersz Walz van Johan Strauss.

Na deze periode ontwikkelt de economie in de Zaanstreek in een razend tempo. O.a. door de Walvisvaart, de z.g. ‘kleine’ visserij, want de haringvangst was nog steeds de ‘Grote Visserij’. Het Kapiteinskoor zet vol enthousiasme het lied in van “Wat zullen we doen met een dronken Zeeman”. Meer dan 10 procent van alle Zaankanters waren betrokken bij de Walvisvaart. Er stonden dan ook op veel plaatsen traankokerijen, zeker 7 in getal, verspreid over de Zaanstreek. Zodoende stonk het in de hele streek naar gekookt Walvisvet. De uit dit vet gewonnen traanolie werd in de industrie gebruikt maar ook voor verlichting van huizen en hier en daar ook voor straatverlichting. Vanuit de Zaanstreek werd heel Nederland voorzien van deze olie en andere Walvis producten.

Rond 1700 was de Zaanse scheepsbouw op het hoogtepunt. In die tijd werden jaarlijks op de Zaanse werven 100-150 schepen gebouwd. Geen wonder dus dat de Russische Czaar, Peter de Grote, naar Zaandam kwam om de scheepsbouw te leren. Overigens is die maar een paar dagen in Westzaandam geweest, (Zaandam was toen nog geen stad of dorp; dat werd pas later ingesteld op last van Napoleon). Het Kapiteinskoor zet een Russisch getint lied in: “Ai, Ai, Olga”. Het verhaal werd verteld over Gerrit Kist, die in St. Petersburg had gewerkt maar weer terug was op zijn geboortegrond. Czaar Peter kwam varend over de Voorzaan de Zaanstreek in en herkende Kist. Natuurlijk bood Kist hem onderdak. Het huisje waar de grote Czaar (bijna 2 meter!) sliep bestaat nog steeds. Het staat aan de Krimp: “het Czaar Peter huisje”. De Czaar heeft vervolgens diverse molens bekeken, scheepswerven bekeken, gereedschappen gekocht en families bezocht waarvan leden in Rusland werkten. Het Kapiteinskoor versterkt het Russische gevoel met het lied: “Kalinka”.

De ontwikkeling van de Zaanstreek in de moderne tijd kwam wat laat op gang. Daarom was de schilder Claude Monet mooi in staat om de oude Zaanstreek nog in beeld te brengen. Veel mensen uit die tijd hadden moeite met alle veranderingen, zoals de uitvinding van de stoommachine. Omdat door de verteller van het verhaal de term ‘slaven van de tijd’ werd gebruikt, gebruikt Verdi dit als aanhef om de muziek van “het Slavenkoor” in te zetten. Het Kapiteinskoor volgde en zong dit mooie stuk gedwee en met weemoed mee.

De ontwikkeling ging steeds sneller, vooral door de opening van het Noordzeekanaal. Heel Nederland profiteerde daarvan mee. Dan  zingt de verteller van de avond, Ina Brouwer, het lied: “War woar ie gesteravond min kind?”

Vervolgens gaat het hele verhaal over de verdere ontwikkeling van de industrie, met bedrijven als Albert Heijn, Verkade, Wessanen, Bruijnzeel, Honig, etc. Verdi begint weer op de piano te spelen en speelt “De Verkade-song”. Vervolgens gaat het verhaal over de gastarbeiders van de jaren 50, de Italianen en Spanjaarden. Het eerste gastarbeiders verdrag werd getekend in 1949. De bedoeling was dat na een aantal jaren hier gewerkt te hebben deze arbeiders weer terug zouden gaan naar het land van herkomst. Maar velen zijn gebleven. Eén van de glazenwassers gaat samen met de kroegbazin een lied zingen: “Nessum Dorma”.

In de jaren 70 kwamen dan ook de Turken en Marokkanen naar Nederland om te werken. Uiteindelijk zullen in Nederland mensen uit vele andere landen hier kunnen werken. En ook daarvan zullen er velen uiteindelijk blijven wonen in o.a. de Zaanstreek. Nadrukkelijk laat de assistent van de kroegbazin weten dat hij van Marokkaanse afkomst is (Simo El Badmoussi ) en begint vol overgave te rappen over de mooie Zaanstreek en dat hij zoveel ontzag heeft voor alle Zaankanters die hebben geholpen dit gebied te ontwikkelen.

De avond werd afgesloten met het Kapiteinskoor wat het bekende “Het kleine café aan de Haven” zong, waarmee het koor weer eens een fantastische avond heeft verzorgd samen met de in het begin genoemde personen.

This content is restricted to site members. If you are an existing user, please login. New users may register below.

Aanmelden voor bestaande gebruikers
   
Nieuwe gebruiker
*Verplicht veld

Commentaar is gesloten.